Francine Drijkoningen kreeg haar eerste muziekles
toen ze 10 was. Al snel bleek dat ze van haar hobby haar beroep wilde maken.
Daarom volgde zij vanaf toen talrijke vakantiecursussen georganiseerd door Jeugd
en Muziek. Ze ging ook naar de muziekacademie, het Lemmensinstituut (kunsthumaniora)
en het conservatorium. Verder leerde zij de kneepjes van het vak in een pedagogisch-didactische
lerarenopleiding.
Ze volgt nog steeds allerlei vakgerichte en vakoverschrijdende nascholingen
om op de hoogte te blijven van alle onderwijsvernieuwingen.
Eerst gaf ze les in een muziekacademie en in het secundair onderwijs. Na enkele
jaren nam ze de beslissing om definitief te kiezen voor muzikale opvoeding en
esthetica in het secundair onderwijs. Werken met jongeren tussen 12 en 18 jaar
is boeiend en leerrijk; het is mee evolueren in de jongerencultuur, omgaan met
verscheidenheid en elk talent waarderen.
De interesse voor muziek - die meestal heel groot is bij jongeren - weet zij
met veel enthousiasme te voeden door gericht te leren luisteren en kijken, maar
vooral door actief te musiceren: zingen en spelen. Ze wil jongeren laten ervaren
hoe tof het is om samen muziek te maken.
Ook vakoverschrijdende waarden vindt zij zeer belangrijk: sociaal gedrag, respect
voor mekaar en voor mekaars mening, volhouden, nauwkeurigheid ...
Francine heeft het ontstaan van dit boek op de voet gevolgd en ze heeft nadien
ook elke les zeer efficiënt uitgetest in haar klassen. De leerlingen waren
algemeen heel enthousiast over de lessen en over de manier van lesgeven. Door
haar constante feedback groeiden de lessen uit tot voltreffers, stuk voor stuk!