Vader Leopold kwam eens thuis met 2 vrienden en samen gingen ze enkele trio's (voor 2 violen en altviool) spelen, door één van de vrienden gecomponeerd. Wolfgang wilde de 2e vioolpartij spelen (die gemakkelijker is dan de eerste), maar vader weigerde omdat de kleine nog geen vioollessen had gehad. Na lang aandringen mocht hij de 2e violist verdubbelen, maar hij moest zo stil spelen dat het niet hoorbaar was. Maar algauw merkte de 2e violist dat hij gewoon overbodig was. Overmoedig geworden door het applaus beweerde Wolfgang ook de 1e viool te kunnen spelen. Volgens de woorden van de 2e violist: "We probeerden het voor de grap en lachten ons bijna dood toen hij ook daar zonder kleerscheuren doorheen kwam, al gebruikte hij verkeerde vingerzettingen." |