Dit werk werd jaarlijks op de woensdag en vrijdag voor Pasen uitgevoerd in de Sixtijnse kapel. Dit moeilijke 9-stemmige stuk schreef hij uit zijn hoofd op nadat hij het op woensag had gehoord. Voor de zekerheid ging hij op vrijdag terug luisteren om het werk te vergelijken met wat hij opgeschreven had. (Zijn papieren had hij verborgen onder zijn hoed.) Hij brachte enkele correcties aan en voerde het werk uit in een academie in aanwezigheid van de verblufte eerste zanger van de Sixtijnse kapel. Paus Clemens XIV was gelukkig niet boos, integendeel: hij gaf Wolfgang de onderscheiding van het Gulden Spoor. Hij moest een mooi gouden kruis dragen en sindsdien noemde men hem Signor Cavaliere (ridder). |